Er zijn grenzen

Het is op deze zondagmorgen inderdaad rustig aan de kleine grenspost. In Zambia worden we vrolijk welkom geheten, er worden wat beambten opgetrommeld en iedereen doet wat ’ie moet doen, snel en efficiënt. We hebben besloten om Zambia puur als doorsteek naar Zimbabwe te gebruiken. We slapen overal maar één of twee nachten en tuffen zo door het dure Zambia waar $15 (per persoon!) voor een kampeerplek een heel normale prijs blijkt te zijn….

Ook in de parken worden exorbitante bedragen gevraagd aan toeristen. We kamperen daarom net buiten het South Luanga NP en hier komen de olifanten letterlijk voor onze neus te staan.
’s Avonds gaat Kars poolshoogte nemen bij het watergat zo’n 100 meter van ons plekje vandaan, Simone blijft op haar stoel lezen.
Als ze dichtbij wat geritsel hoort besluit ze toch ook eens te gaan kijken en een aantal grote jongens staat op nog geen 20 meter van haar vandaan te eten.
Zo stil mogelijk blijft Simone geïntrigeerd naar deze reusachtige beesten kijken. Ze wordt ontdekt, haar hart bonkt in haar keel en die grote kop zo dichtbij doet haar toch maar voorzichtig een paar stappen naar achteren zetten. Dit vindt het beestje duidelijk niet voldoende en hij besluit op haar af te lopen.
Gelukkig staat Simone dichtbij het toiletgebouw en weet net op tijd naar binnen te vluchten. Pfieuw..!
Even later op ons kampeerplekje hoort Kars wat, haalt de zaklamp tevoorschijn en zoekt over de vlakte naar wat het geluid veroorzaakt… Hij schrikt zich wild, want het blijkt dat er een olifant op de schuine helling staat te grazen, 5 meter achter het gammele houten hekwerk, de enige scheiding tussen onze kampeerplek en de vlakte.
Snel doet Kars de lamp uit, want olifanten houden niet van (flitsend) licht.
Gewend aan het donker bekijken we de grote bul en alhoewel Simone veilig achter de stenen barbecue staat, blaast de bul toch haar kant op. Oké, oké, toch maar weer een stap achteruit.
Kars zit op zijn gemak, gehurkt het tafereel gade te slaan en wordt met rust gelaten.

Na ruim een week staan we weer aan de grens.

Zo makkelijk als we het land in kwamen, zo moeilijk blijkt ons vertrek.
Als we bij de grenspost willen wegrijden krijgt Kars bezoek aan zijn raam van een kerel die 25 kwacha wil hebben om de poort te openen…..
Het is een officiële beambte, maar geld betalen om door de poort te mogen hebben we nog nooit gedaan en ook nu vragen we hem wat hier de reden van is. Buiten dat hebben we net onze laatste kwacha’s in de supermarkt gespendeerd, dus we kúnnen het niet eens betalen. Inmiddels staat er aan de kant van Simone een dame die de import papieren ziet en met wiebelende vingers duidelijk maakt dat we deze TIP (temporary import permit) bij haar moeten inleveren. Kars raakt geïrriteerd omdat we nog in gesprek zijn met de man. Ze roept op haar beurt weer dat zij die papieren moet hebben en als Kars ziet dat ze met haar vingers aan het papier gaat zitten, wordt ‘ie boos.
”Je krijgt helemaal niks, je wacht maar even, ik ben in gesprek hier, je gaat niet zomaar aan onze papieren trekken, wat doe je? blijf van mijn papieren af, blijf van mijn auto af…!”
De dame is ontzet en reageert fel terug. Chaos, irritatie, consternatie, stemverheffing, dit gaat niet goed.
Simone zit er tussen in en vraagt of de dame even wil wachten tot we zijn uitgepraat met de man die aan de andere kant van de auto in Kars z’n oor staat te tetteren. ”Als we dat hebben afgehandeld komen we bij u.” Gekrenkt en mopperend loopt ze weg.
Kars wordt gevraagd de auto aan de kant te zetten en we parkeren naast het hek. Wij krijgen onderling ook nog onenigheid wat natuurlijk in zo’n situatie niet handig is. We halen diep adem, bespreken met elkaar dat wij, hoe moeilijk ook, rustig en vriendelijk moeten blijven, zeker niet geïrriteerd of boos moeten reageren, want dat werkt alleen maar averechts.
Eenmaal uitgestapt blijkt dat we een ’road tax’ formulier moeten overhandigen die we bij binnenkomst in Zambia aan de grens gekocht hebben…. We hebben deze tax nooit betaald en dus ook geen formulier. Dat moeten we dus nog gaan betalen.
Uitleggen dat dit aan de grens waar wij binnenkwamen nooit aan ons verstrekt is, niet eens gemeld is dat dat noodzakelijk is interesseert niemand iets. Eerst betalen dan pas naar buiten.
De vraag om de verantwoordelijke te spreken brengt ons naar binnen.
In het kantoortje zit een kleine, mollige dame, streng kijkend en door haar strak naar achter gekamde en samengebonden haren lijkt ze nóg strenger.
De deur van het ’kantoortje’ kan niet helemaal open, omdat er een beambte achter zit aan zijn computer en via deze half openstaande deur steken wij onze hoofden om de hoek om met de dame te praten. Kars begint rustig, met een vriendelijk ”goedmiddag” en legt de situatie uit. Kalm en duidelijk. Het is niet haar probleem dat ze ons bij binnenkomst deze verplichte tax niet hebben laten betalen, het is haar taak om vertrekkende reizigers op correcte papieren te controleren. Als die niet kloppen dat moet er alsnog betaald worden. Eigenlijk een boete van 900 kwacha (€ 90),  maar als we de verschuldigde road tax van $20 betalen is het goed.
”Wij hebben geen geld meer, wij hebben net alles gespendeerd in Zambia en uw collega’s aan de grenspost bij Lundazi hebben mij helemaal niets verteld over road tax. Dat zou toch hun taak moeten zijn, daar kunnen wij nu toch niet meer voor opdraaien”, legt Kars uit.
Ze is niet gevoelig voor onze excuses en haar antwoord op het feit dat we geen geld hebben is simpel ”dan verkoop je je telefoon maar”. Tuurlijk joh! Doen we! Pffff! Kars geeft het op en loopt weg.
”Simone, doe jij het maar” zegt hij en loopt weg van de dame, zichzelf beschermend tegen een uit de hand lopende discussie waar hij zijn vriendelijkheid en beheersing gaat verliezen.

Met hetzelfde verhaal begint Simone opnieuw. Het blijft eenzelfde discussie; wij zijn niet verteld over deze tax maar de dame vindt dat niet haar probleem en wij moeten het gewoon betalen.
”Jullie zijn gratis door Zambia gereden. Ga maar geld régelen als je geen geld hebt. Je maakt mij niet wijs dat je kan reizen zonder geld. Hoe ga je aan geld komen in Zimbabwe dan?
Laat de auto maar staan, loop maar naar VicFalls (Zimbabwe) en kom terug als je daar geld gehaald hebt.”
Het bedrag blijkt $ 30 te zijn, aangezien het een Nederlandse auto is. Het is een principe kwestie geworden
”Maar alstublieft, we hebben echt geen slechte bedoelingen, hoe weten wij nou dat dit betaald moet worden als ze ons aan de grens niets vertellen. Dat zijn uw collega’s, officiële douanebeambten. Wij als toeristen kunnen er toch van uit gaan dat zij hun werk goed doen, net als u, en wij moeten er toch op kunnen vertrouwen dat zij ons alles verstrekken wat we nodig hebben?!”

Ze blijft zeggen dat we maar ergens geld moeten gaan regelen. Ze zucht diep, slaat haar ogen neer en schudt met haar hoofd. Het lijkt kansloos, maar toch voelt Simone dat ze wat kan bereiken. Maar het gaat tijd kosten.
”Kunt u ons niet helpen, alstublieeeft ?” vraagt Simone smekend.
”Hoe kan ik jullie nou helpen, ik doe gewoon mijn werk. Je ziet maar hoe je het regelt, het kost $ 30. Wees blij dat ik jullie de boete niet laat betalen.”
“Kunt u geen uitzondering maken, we hebben geen geld. Alles wat we hadden, hebben we uitgegeven in Zambia.”
De zielige blik van Simone doet de dame alleen maar meer met haar hoofd schudden en zuchten.
”We zijn goede mensen weet u, goede toeristen. Wij hebben geen slechte bedoelingen. Wij hebben álles betaald; een TIP, de benodigde carbon tax, een verzekering en bij het verlaten van de grens is ons verzekerd dat we alles hadden. Daar kan u óns toch niet de schuld van geven, alstublieft.” Een mengeling van wanhoop, woede en frustratie klinkt in haar stem.
Vanaf haar bureaustoel kijkt de dame op naar Simone en zwijgt.

Simone voelt dat het niet lang meer duurt, ze draait weg van de deuropening, wendt zich tot Kars en roept naar hem (zorgend dat de dame haar ook hoort): ”wat moeten we nou toch doen Kars, ik weet het niet meer!” Ze gooit haar armen in de lucht en loopt ”huilend” weg. Kars laat het allemaal gebeuren zonder zich ermee te bemoeien. Simone laat de rugzak bij hem achter en vraagt hem $ 10 uit de portemonnee te halen.

”Hier, dit is wat we hebben” zegt Simone bij terugkomst, het 10 dollar biljet aan de dame tonend.
”Wat moet ik daarmee, het kost $30.”
“WE HEBBEN GEEN $30! Dit is alles wat we hebben. Alstublieft…..”
“En moet ik dat aannemen, hè, wat moet ik met $10?”
De dame die buiten onze TIP wilde hebben is aan het loket verschenen.
Ze praat met haar collega in het Chichewa. Simone verstaat er geen woord van, maar begrijpt héél goed dat het gaat over het tafereel wat er hiervoor buiten heeft afgespeeld. Ze verdwijnt weer en het gesprek gaat verder.

“Ik vraag u alleen maar om ons te HELPEN, alstublieft” zegt ze nogmaals met het $10 biljet zwaaiend. Haar stem klinkt zielig, wanhopig en tranen komen tevoorschijn.
Kars, nog steeds geduldig wachtend, kan zijn lach amper inhouden als hij naar dit toneelstuk kijkt.
De dame staat op van haar stoel. “Oké, we gaan.”
De plotselinge ommekeer in haar resolute houding, verward ons enigszins, maar we draaien om en lopen achter haar aan. Eenmaal buiten zegt ze nog even: “Ik hoorde dat er nogal wat commotie was hier….”
“Ach na ja, het was even verwarrend met verschillende mensen die ons aan twee kanten met allerlei vragen bestookten.”
Is dit jouw vrouw?” vraagt ze aan Kars.
”Ja”
”Ik laat jullie er door om háár. Zij was beleefd en moest huilen.”
”Dank u wel”, zegt Kars
”Dank u vriendelijk”, zegt ook Simone.

We stappen in de auto en de poort gaat eindelijk open.

 

 

Geplaatst in Zuidelijk Afrika.

3 reacties

  1. Lieve schatten

    Het is wel duidelijk dat jij je roeping bent misgelopen Simone ? You go girl!
    Wat een verhalen weer.

    Jullie zijn nog niet terug maar toch wil ik jullie vragen alvast een datum in je agenda te zetten.
    Zaterdag 18 februari vieren wij dat we 12.5 jaar getrouwd zijn en daar willen we jullie heel graag bij hebben. Ik hoop dan ook dat dit lukt ?

    Hou jullie goed, doe voorzichtig en geniet nog even van jullie enerverende reis.

    Liefs en hele dikke knuffels en ?
    Hil?

  2. Lieve Kars en Simone, allereerst een heel, goed en gezond 2017 want dat is het inmiddels geworden.
    Wat een mooi verhaal weer en wat kom je toch in vreemde situaties terecht.
    Heel goed dat je zo goed kan toneelspelen, dat scheelt veel geld.
    Op naar de volgende avonturen.
    Wij hebben een rustige oudejaarsavond gehad, helemaal na het feest van Jaap. Heerlijk met z’n tweetjes naar Claudia de Brey gekeken, erg leuk en goed, maar ik ben een fan van haar.
    Het gaat jullie goed.
    liefs en knuffel van ons ??

Reacties zijn gesloten.