De stempelfabriek

Bij de douane staan wij als enige Nederlanders in de rij tussen alle Zuid-Afrikanen. ”Women’s day” zorgt ervoor dat iedereen een lang weekend heeft, en massaal naar de Mozambikaanse kust trekt.
Het eentonige stempelwerk van de beambten wordt onderbroken als ze ineens twee paarse paspoorten op hun bureau zien verschijnen. Ze kijken op, zien ons staan en zuchten diep als ze beseffen dat hun routinewerk onderbroken moet worden. Wij hebben namelijk een visum nodig, in tegenstelling tot de Zuid-Afrikanen. De twee mannelijke collega’s mompelen wat tegen elkaar en laten ons weten dat er geen stroom is vandaag en ze geen visa kunnen uitgeven….
”So, what do we do?”, vraagt Kars met opgetrokken wenkbrauwen.
Ongeïnteresseerd halen ze hun schouders op en weten geen antwoord te geven op de vraag. Wij hebben geen zin om om deze reden de grens niet over te gaan vandaag en blijven met een vragende blik afwachtend aan de balie staan.
Het wordt een geval voor de chef. Hoewel hij naast hen zit, duurt het even om zijn aandacht te krijgen, hij slaapt namelijk…  Als hij ziet en hoort waarom hij wakker gemaakt is, is hij in eerste instantie wat humeurig.
Hij kijkt naar onze paspoorten met licht samengeknepen ogen en wrijft met zijn rechterhand over zijn gezicht terwijl hij nadenkt over een oplossing. We worden gevraagd hem te volgen naar een klein kantoortje waar hij achter een balie kruipt en begint te schrijven. Hij is inmiddels wakker en wat ontdooid en we kunnen wat met hem praten en lachen. De apparatuur in het bureautje laat zien dat er normaal gesproken serieuze visa worden uitgegeven hier; een scanner, een kleine fotocamera en een vingerafdruk lezer. Voor ons wordt het slechts een met de hand geschreven papiertje wat ons officieel toegang geeft tot het land. Eigenlijk niet meer dan een bewijs van betaling waar in rode letters boven is gekrabbeld dat dit dient als visum als gevolg van gebrek aan electriciteit….
Ja hoor, we zijn weer in Afrika!

Na korte tijd in het veel te toeristische oord Ponto d’Ouro rijden we door naar de hoofdstad.
Welcome to Maputo” grijnst Rod als we van de boot afrijden. De cynische ondertoon in zijn stem ontgaat ons niet, maar we kunnen er om lachen .
We ontmoeten deze Brit een paar uur eerder als we in de rij staan voor de ferry overtocht naar de stad. De kortere route scheelt 80 km. en er is een veerpont voor het laatste stukje, dat scheelt omrijden. Doen we! We komen aanrijden, een knul gaat meteen voor ons de tickets regelen en zegt dat het ongeveer een uur duurt voor we op de boot kunnen. Ach het is pas 14.00 uur dus geen probleem. In plaats van de gebruikelijke twee ponten vaart er vandaag maar ééntje. Deze doet er ook nog eens langer over dan normaal, aangezien het slechts op één motor vaart dan de gebruikelijke 2.
6 Uur later mogen we EINDELIJK mee en om 20.15 uur rijden we aan de overkant de stad in.
Ja hoor, we zijn weer in Afrika!

De eerste nacht slapen we bij Rod en zijn zoon die ons in de haven al direct uitnodigt en aangezien het al laat is zijn we erg blij met deze gastvrijheid. Hij is een ferry eerder dan wij vertrokken, maar hij is zo aardig om ons op te halen en naar zijn appartement te begeleiden. Fantastisch.

“Je moet je altijd kunnen identificeren”, maar ”overhandig nooit je originele reisdocumenten aan de politie” waarschuwen de reisgidsen. ”Zorg voor een notarieel gestempelde kopie van paspoort en visum”. Dit blijkt zo gedaan horen we in Maputo en we gaan op zoek naar een notaris kantoor. Onder de trap van de begane grond is een heus kopieer”winkeltje” gecreëerd waar we voor slechts een paar centen onze paspoorten laten kopiëren. Daarna moeten we een verdieping hoger voor de benodigde stempels.
In een wat kille, kleine ruimte met vanille kleurige muren met hier en daar A4 tjes geplakt om de bezoeker over de verschillende prijzen te informeren, zitten vier mensen naast elkaar achter een houten balie. Wie wát precies doet en bij wie wij ons stempel verzoek kunnen inleveren is wat onduidelijk.
Vriendelijke bezoekers helpen en wijzen ons in welke rij we moeten aansluiten. Zonder uitleg overhandigen wij onze kopieën; niet nodig, iedereen komt hier voor hetzelfde, namelijk een stempel. We betalen 50 Mozambikaanse Meticais (€ 0,65) en mogen wachten.
Een glimmende foto met een gemaakt-glimlachende president Filipe Nyusi hangt scheef in een goedkoop lijstje hoog aan de muur. Daaronder zit een dikke, kale man nors kijkend aan een bureau handtekeningen te zetten op alle papieren die de medewerkers hem onder zijn neus schuiven. Verschillende documenten worden gestempeld en gebracht waarna hij een mooie krul met lange halen eronder zet. Dat is werkelijk het enige wat hij doet. De ruimte staat vol met geduldige mensen, het is er stil, alsof iedereen gespannen op een belangrijke uitslag wacht. Het enige geluid is dat van de stempels die met een harde bons tot soms wel vijf keer op het stempelkussen worden gedrukt en daarna ferm op het juiste papier worden gezet.
Ja hoor, we zijn weer in Afrika!
Als de papieren gestempeld en getekend zijn worden ze door een van medewerkers meegenomen en vanaf de hoek van de balie worden de namen opgenoemd, zodat de rechthebbende persoon de documenten in ontvangst kan komen nemen.
”FERNANDEZ…”
”ANTONIO…”
”MARIA…”
Tijdens het wachten aanschouwen we dit bijzondere spektakel rustig en het fascineert ons hoe het in deze stempelfabriek te werk gaat. We kunnen ons deze situatie in Nederland niet voorstellen.

“WILLEMS” Ahh, dat zijn wij.

 

 

20160821_115802 20160822_105323 IMGP2875

Geplaatst in Zuidelijk Afrika.

2 reacties

  1. 🙂 Leuk! Ik stuitte toevallig op jullie site.
    3,5 jaar in Mozambique gewoond en van alles wat je hier beschrijft krijg ik een glimlach op mijn gezicht. Zoo herkenbaar! En wij riepen elke keer als iemand weer eens liep te mopperen op die bureaucratie: “TIA” (‘This is Africa’) grappig dat jullie dit ook doen haha

    Veel plezier nog met jullie reis!

    • Leuk te lezen dat het je een glimlach bezorgd. Mogen we weten wie je bent?
      Groetjes Kars en Simone

Reacties zijn gesloten.