Code oranje

We genieten van Mozambique. In het zuiden rijden we door een groen en heuvelachtig landschap waar aan weerszijden van de weg mais groeit. Ook zijn er papaya-, passievrucht-, en cashewbomen. Uiteraard worden alle vruchten hier op straat te koop aangeboden.
Net als grote zakken -blauwe, witte en roze- vol houtskool, bundels brandhout, oude flessen whiskey gevuld met honing maar ook bijv. benzine, aangeboden in plastic flessen. Mannen zitten er meestal niet ver vandaan, meestal onder een boom in de schaduw. Altijd lummelend, vaak slapend, wachtend op een koper. Veel plekken zijn ook onbemand, maar zodra er een auto stopt, komt er altijd iemand érgens vandaan aanlopen om te handelen. Dát vinden we nou zo mooi aan Afrika. Kippen geiten, konijnen, alles wordt aan de rand van weg in de lucht omhoog gehouden als we langs komen rijden in de hoop dat we kopen natuurlijk. Geen bushmeat zoals we eerder in Gabon en Congo zagen, maar levende dieren, beet gepakt bij oren of poten. We zien zelfs een aapje met een touw om zijn middel gebonden dat door de lucht heen en weer geslingerd wordt als een levende marionetten pop. Vreselijk. We hebben de neiging te stoppen en hem te kopen, al is het maar om hem zijn vrijheid terug te kunnen geven. Maar we rijden door, langs kinderen in schooluniformen op weg naar huis, dollend met elkaar en zwaaiend naar ons. In de wat grotere dorpen is het over het algemeen druk en chaotisch. Overal lopen mensen, overal worden auto’s in- en uitgeladen, en overal wordt er gekookt, gegeten, gehandeld en gewandeld. Overvolle taxibusjes slingeren over de weg en stoppen waar ze maar willen om passagiers in en uit te laten stappen. Mensen steken plotseling over, bepakt en bezakt. Vrouwen bijna altijd met een emmer op het hoofd, of een mand of een 25 kilozak rijst en haar kind op de rug gebonden in een kleurrijke ’capulana’.
Als we onderweg stoppen voor een drankje heeft de man niet genoeg wisselgeld en in plaats van 30 Meticais krijgen we er 25 terug, met een lolly.

Aan de kust hebben we veel ’wauw’ momenten en Kars duikt in de onderwaterwereld. Hij haalt zijn Open Water certificaat en gaat door voor de Advanced. Bij de tweede duik die hij hiervoor gaat maken maakt de boot een paar rake klappen op de golven en het schiet hem in zijn rug. Balen! Hij snorkelt onderweg nog wel met een walvishaai. Dit verzacht de pijn wel iets, maar hij besluit de duikcursus te laten voor wat het is. Misschien verderop in de reis dat hij het nog kan afmaken.
Maar hoe ziet onze reis ’verderop’ er uit…?
We proberen zoveel mogelijk informatie te vergaren over de situatie in het midden van het land om dit te kunnen bepalen. Nieuws op het internet aangaande de onrust in het land is er erg weinig, en mensen die we spreken hebben ook niet al te veel details. Als je niet in die omgeving bent is het lastig om een goed beeld te krijgen en iedereen weet wat ’ie weet van het magere nieuws dat naar buiten komt.
In Maputo bezochten we al de Nederlandse ambassade om advies en informatie in te winnen; ”Doe het niet”, luidde het duidelijke advies van de dame aldaar. Dit antwoord hadden wij ook wel verwacht, aangezien de ambassade (mede) besloten heeft Mozambique code oranje te geven, wat te zien is op het reisadvies bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Oranje betekent ’zeer ernstige veiligheidsrisico’s’, maar de dame op de ambassade zegt dat het eigenlijk rood zou moeten zijn, wat een levensbedreigende situatie aangeeft.
Dit zou echter grote gevolgen hebben voor vele Nederlanders en andere Europeanen die daar werken legt ze uit, aangezien de verzekering dan niets uitkeert als er wat gebeurt.
Dus volgens haar is er wel degelijk sprake van een levensbedreigende situatie, maar laten ze het voor het gemak van de buitenlanders die daar wonen oranje….. Vreemde zaak.

Renamo is de oppositiepartij die aansprakelijk is voor de onrust en aanvallen in het land. Zij hebben twee jaar geleden de verkiezingen verloren van de regerende partij Frelimo. Landelijk won Renamo niet, maar toch behaalde de partij in 5 van de 11 provincies een meerderheid van de stemmen. Zij zien dit als reden om in deze (noordelijke) provincies zelf te mogen regeren. Alle vorm van aangeboden samenwerking wordt resoluut afgewezen door Renamo.

DRCongo was oranje, het zuidelijk deel van Mali waar we doorheen zijn gereden was oranje. Stuk voor stuk prachtige plekken met vriendelijke mensen en we hebben geen gevaar gemerkt. In Congo hebben we zelfs in het wild gekampeerd! Waarom voelt het nu dan anders, gevaarlijker, spannender dan toen we daar waren? Misschien juist omdat we het nieuws zo proberen te volgen en op de hoogte willen zijn van waar en wanneer de laatste aanvallen zijn geweest?? Of door de konvooien die hier gereden worden? Wat moeten we doen?
We praten, met elkaar en anderen, zoeken naar nieuws en nuttige informatie. We zijn in Vilanculos en het wordt tijd om een beslissing te nemen. Uiteindelijk besluiten we een camping te googelen midden in de ”gevaren” zone om te peilen hoe het daar nu écht is.
We sturen een mail met een aantal vragen en Sakkie, de eigenaar, mailt meteen terug met de mededeling dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Er zijn geen problemen, het is op dit moment erg rustig en veilig. Hij weet ook een goede route verder naar het noorden om veilig naar Malawi te komen.
We spreken hem ook nog via de telefoon, hij stelt ons gerust en wij besluiten het ”erop te wagen” en naar Gorongosa te rijden. Een deel van deze route moet in een door militairen begeleid konvooi gereden worden. We nemen een risico, dat beseffen we. Maar we namen 10 maanden geleden al een risico.

Toch blijft ons gevoel een beetje een weegschaal Zijn we eigenwijs? gek? dom? onverstandig? roekeloos? avontuurlijk? naïef? Wíllen we te graag? Als er wat gebeurt vergeven we het onszelf nooit. Of valt het misschien allemaal wel mee? Hoe groot is nou eigenlijk de kans dat er wat gebeurt met ons? Wat moeten ze nou met twee onschuldige toeristen? Ze zullen ons toch niet zomaar van de weg knallen? Maar ja, je zal maar net op het verkeerde moment op de verkeerde plek zijn. En die konvooien zijn er ook niet voor niets?!
Maar anderzijds, als het echt zwaar oorlogsgebied zou zijn, zou er helemaal niet gereden worden. Toch?

”De beste manier van reizen is een sprong in het duister. Als de bestemming vertrouwd en geruststellend was, wat zou het dan voor zin hebben daarheen te gaan?”

Paul Theroux – Dark star safari

Vroeg in de ochtend rijden we van Vilanculos naar het dorp Rio Save, waar vandaan elke dag om 09.00 uur het konvooi vertrekt. Als we, veel te vroeg, aankomen worden onze paspoorten bekeken (we laten onze originele zien hier) en meteen wordt er om drinken gevraagd: ” Boss, you have a cold drink for me?”
Nee sorry.
We moeten de brug over en dan in de rij aansluiten. Bij de brug worden we staande gehouden en gevraagd om een koud drankje.
Nee sorry.
Tientallen auto’s, vrachtauto’s en bussen, groot en klein, staan aan twee kanten van de weg geparkeerd en wij sluiten aan.
Er komt direct een militair naar ons toe, ”misschien krijgen we wat uitleg”, denken we nog. Het enige wat hij zegt is goedemorgen en dat als we hem een drankje geven we vooraan in de rij mogen.
Nee sorry.
Toch mogen we doorrijden naar het begin van de rij.
Onze auto valt op tussen alle lokale voertuigen en de militairen weten ons te vinden. Met hun kogelvrije vesten en kalasjnikovs lopen ze langs de auto’s heen weer en bij ons stoppen ze allemaal even.
”Hey boss…,
sister…,
tio…,
my friend…,
brother…,
mama…’’
Iedereen komt zeuren om drank, geld, sigaretten.
Wij geven niemand iets en rond 09.15 begint het konvooi te rijden.
Een militair voertuig voorop, daarachter een bus ( die schijnen een geliefd doelwit te zijn…) dan een aantal personenauto’s waar wij ook bij horen en dan nog een kilometers lange rij van vrachtwagens.
Er wordt niet zo heel hard gereden, mede door het slechte wegdek en er wordt een aantal keer gestopt onderweg. Niet geheel duidelijk waarom, maar bij elke stop komt er iemand naar ons raam smeken om sigaretten en drank. Een aantal keer duiken de militairen het hoge gras in om de boel in brand te steken.
Ook zien we dat de mannen in de politieauto die naast het konvooi op en neer rijdt gezellig palmwijn zitten te drinken….!

Het konvooi rijdt tot Muxungue, ongeveer 100 kilometer verderop. Het militaire voertuig vooraan mindert vaart, gaat aan de kant rijden en ons wordt met gebaren duidelijk gemaakt door te rijden. Oké dat was het dus.

We rijden door en slapen vlakbij het Gorongosa NP op de camping van Sakkie en zijn familie. Een geweldige plek, heel rustig, midden in de natuur, in een bosrijke omgeving.
Niet al te ver hier vandaan, óp de Gorongosa berg, zit de leider van Renamo in een kamp. Wij merken er in ieder geval niets van en genieten gewoon een paar dagen. We worden geadviseerd en overtuigd om onze reis niet over de hoofdweg te vervolgen, maar via een gravelroad te rijden. Op de hoofdweg rijdt namelijk ook weer een konvooi, maar men weet nooit wanneer deze vertrekt, hij duurt lang door onbekende reden en na die bedelarij van het eerste konvooi vinden wij het ook wel best.
Ons wordt op het hart gedrukt dat de alternatieve route een prima weg en gebied is om te rijden, dus daar gaan we.
Inderdaad, niks aan de hand. We rijden door een zeer groen en vruchtbaar en ook erg arm deel van Mozambique en passeren allemaal kleine dorpjes met lemen huisjes met ronde, rieten daken waar het leven van alle dag zijn normale gang vindt.
Aan het eind van de middag stoppen we bij een suikerrietplantage waar een Zuid-Afrikaans/ Nederlands echtpaar bezig is een bedrijf op te zetten, pal aan de Zambezi rivier.
We komen zomaar binnenvallen en voelen ons in eerste instantie wat ongemakkelijk, maar worden hartelijk ontvangen. We worden uitgenodigd voor het avondeten, krijgen een kamer in het gastenhuis aangeboden en voordat we vertrekken de volgende dag krijgen we een rondleiding over de plantage.
Die middag belanden we opnieuw op een boerderij. Ditmaal van een Portugees/Zuid-Afrikaans echtpaar. Midden in de bush, ver van de bewoonde wereld wonen zij hier prachtig tussen het vee, de groentegewassen en prachtige fruitbomen.
We worden uitgenodigd voor een glas verse kokossap en voordat we het weten wordt er zelfgemaakte pizza geserveerd.
De volgende dag willen we eigenlijk vertrekken, maar we blijven nog een dagje. Het is zo’n schitterend plekje. Fernando laat ons zijn landgoed zien, we kijken mee hoe de lokale mannen hout vervoeren, er wordt een lammetje geboren, we knutselen weer eens wat aan de auto met hulp van Fernando die van beroep eigenlijk automonteur is. Diane verzorgt de hele dag lekker eten, het meeste vers uit eigen tuin. Dit alles doen ze met veel liefde en plezier voor ons, zonder dat ze er iets voor willen hebben. We zijn blij verrast en erg dankbaar. Wát een belevenis en wat fantastisch om zulke gastvrije mensen te ontmoeten op onze reis.

Voordat we het land verlaten, slapen we nog in Mocuba, waar we bij een een missiepost overnachten. Opnieuw hartelijke mensen die ons met alle liefde laten overnachten in de tuin. We geven een donatie en maken wat kinderen blij met blanke barbiepoppen.
We zijn blij dat we dit stukje Mozambique bezocht hebben. En het noorden heeft nog zoveel te bieden, maar de tijd is om (visum) en Malawi wacht.

Geplaatst in Zuidelijk Afrika.

4 reacties

  1. Hai Kars en Simone,

    Wat leuk om jullie verhaal over Mozambique te lezen. Ik kwam jullie tegen op i overlander en heb vervolgens jullie site gevonden op internet.
    Wij reizen van NL via oost Afrika en zuidelijk Afrika naar kaapstad. We zijn nu nog in Mozambique. (Hebben helaas alleen tijd voor het noorden).
    Morgen vertrekken we vanaf ihla de Mozambique richting Malawi.
    Wie weet komen we jullie nog tegen?
    Groetjes Anton en Jolle

  2. Dag Kars en Simone,
    Via i overlander jullie ‘naam’ zien staan en jullie op internet opgezocht. Wat leuk om jullie verhaal over Mozambique te lezen. Wij hebben helaas alleen het noorden gedaan, althans we zijn nu nog bij ihla de Mozambique en vervolgen morgen richting Malawi.
    Wie weet komen we jullie ergens tegen?

    Groetjes Anton en Jolle
    (Bolbuisontour.com)

Reacties zijn gesloten.